Jirí Kolár ‘4 Papillons Bleus’ – lithografie, 1968 2

Het Haags Kunsthuis laat u graag kennis maken met:

Jirí Kolár

Deze Tjechische kunstenaar werd geboren in 1914 in Protivín in een arbeidersgezin. Tijdens zijn eigen opleiding tot timmerman verloor hij een van zijn vingers. Hij ontpopte zich als schrijver en verhuisde in 1945 naar Praag om bij een uitgeverij te gaan werken. In datzelfde jaar was hij kort lid van de communistische partij; hij verbrak zelf de banden omdat veel in de partij hem tegen de borst stuitte. Dat leverde hem een reputatie van kritische lastpak op en de bijbehorende behandeling door de autoriteiten. Hij zat geruime vast in de gevangenis en werd uiteindelijk zelfs verbannen. Vanaf 1980 woonde en werkte hij in Parijs. Na de val van het communisme keerde hij af en toe terug naar zijn vaderland, waar hij zijn laatste jaren in een Praags ziekenhuis doorbracht na een rugblessure. Hij overleed in 2002, 88 jaar oud.

Hoewel Kolár vooral bekendheid geniet als schrijver en dichter, legde hij zich op latere leeftijd ook toe op beeldende kunst. Hij begon met het maken van collages, die vanaf 1937 tentoongesteld worden. Waar hij aanvankelijk woord en beeld combineerde, koppelde hij zijn beeldende werk steeds meer los van zijn poëzie. Voor zijn collages gebruikte hij fragmenten uit tijdschriften, die hij met een scalpel uitsneed. Het gebruik van losse stukjes gekleurd papier drukte voor de kunstenaar het gefragmenteerde bestaan uit. Dat zijn werk ondanks de zware onderliggende thematiek toch zo elegant en esthetisch is, werd al snel op grote schaal herkend en erkend. Het hoogtepunt van zijn carrière als beeldend kunstenaar was ongetwijfeld de expositie in het Guggenheim Museum in New York in 1981. Hij was bevriend met en geestverwant van de voormalige president van Tsjechië, Václav Havel.